VIDEO INTRODUCTION

MIMETIC THEORY (RENÉ GIRARD) – FIVE-PART VIDEO SERIES (11 VIDEOS)

The following five-part video series provides a preliminary understanding of human culture from the perspective of mimetic theory, which was first developed by René Girard (1923-2015).

I made the first parts to give an overview of some basic cultural facts. The later parts of the video series deal with mimetic theory’s explanation of those facts, ending with the role of the Judeo-Christian heritage in making that type of explanation possible. The last part of the series (PART V) clarifies how the Judeo-Christian traditions result in either a radical atheism or a radically new understanding of God.

CLICK HERE TO READ SOME INTRODUCTORY REMARKS FOR EACH VIDEO AND TO SEE AN OVERVIEW OF THEIR CONTENT (PDF)

CLICK HERE TO LEARN MORE ABOUT THE MUSIC USED IN THE SERIES (PDF)

CLICK HERE TO LEARN MORE ABOUT IMAGES AND PAINTINGS USED IN THE SERIES (PDF)

PART I – THE SPELL OF THE SACRED

Dutch version:

PART II – THE DANCE OF THE SACRED (3 VIDEOS)

CHAPTER I-II-III

Dutch version:

CHAPTER IV

Dutch version:

CHAPTER V

Dutch version:

PART III – THE MYTHICAL REFLECTION OF THE AMBIGUOUS SACRED (3 VIDEOS)

CHAPTER I-II

Dutch version:

CHAPTER III-IV

Dutch version:

CHAPTER V-VI

Dutch version:

PART IV – THE ORIGIN AND EVOLUTION OF CULTURAL FACTS EXPLAINED (2 VIDEOS)

CHAPTER I-II

Dutch version:

CHAPTER III-IV

Dutch version:

Pavlov and Girard Model

PART V – THE GOSPEL REVELATION OF THE MYTHICAL LIE (2 VIDEOS)

CHAPTER I

MYTH (Oedipus) VS GOSPEL (Jesus)

Dutch version:

Mythe (Oedipus) vs Evangelie (Jezus) 1

 

Oedipus of Myth vs Jesus of the Gospel

CHAPTER II

Dutch version:

CHRISTIANITY (PERVERTED VS AUTHENTIC)

Youth (Ron Mueck, 2009)

NEDERLANDSTALIGE VERWERKINGSTAKEN BIJ DE VIDEOSERIE (PDF)

SCHEMA SACRALISERINGSPROCES + VOORBEELDEN (PDF)

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK NAAR RELIGIEUZE SYSTEMEN (PDF)

JEZUS IS GEEN KLASSIEK MYTHOLOGISCHE HELD, DAAROM ‘CHRISTUS’ (PDF)

Tertio, 6 april 2022 – Een subversieve koning van vrijheid en liefde (pdf)

POST SCRIPTUM BIJ DE VIDEOSERIE OVER DE MIMETISCHE THEORIE (RENÉ GIRARD)

OVER HET VISIONAIRE KARAKTER EN DE ATHEÏSTISCHE KANT VAN HET WERK VAN GIRARD

Onder andere het werk van David Watts (primatoloog en antropoloog) en dat van professoren Vilayanur Ramachandran en Giacomo Rizzolatti (neurofysiologen) tonen aan hoe visionair de bevindingen zijn van de Frans-Amerikaanse professor en interdisciplinaire denker René Girard… Al die mensen genieten intussen terecht wereldfaam.

Professor David Watts, primatoloog en antropoloog aan Yale University, bestudeert met zijn team sinds 1993 de grootste in het wild levende groep chimpansees. Die bevindt zich in Ngogo, Oeganda. De groep bestaat op een bepaald moment uit meer dan 150 leden. Watts en zijn team wijzen erop dat hun vaststellingen kunnen bijdragen aan een beter inzicht in de evolutie van de mens:

“Chimpansees zijn fascinerende dieren om onszelf mee te vergelijken. Ze zijn meer zoals mensen dan om het even welk levend wezen op aarde. Wat vertelt dit ons over de menselijke evolutie? En wat betekent dit voor mensen?”

In Rise of the Warrior Apes, een documentaire uit 2017 over het onderzoek naar de chimpansees van Ngogo, deelt Watts een aantal observaties die verrassende overeenkomsten vertonen met de veronderstellingen van René Girard over prehistorische menselijke gemeenschappen. Het loont de moeite om ze naast elkaar te plaatsen. Het is een van de zovele aanwijzingen voor het visionaire karakter van het denkwerk van René Girard – die niet toevallig immortel is van de Académie française. De uitspraken van Girard komen uit een interview voor de Nederlandse televisie in 1985, naar aanleiding van zijn eredoctoraat aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De uitspraken van Watts en zijn team komen uit de reeds vermelde documentaire.

René Girard: “Als mensen kwaad zijn en opgaan in hun rivaliteit, doden zij elkaar. … De dominantie die onder dieren iedere generatie wordt hernieuwd werkt niet onder mensen, omdat die tot het einde doorvechten en elkaar doden. Een gemeenschap van mensen is dus ondenkbaar als er geen ander mechanisme werkzaam zou zijn…”

René Girard 10

David Watts en zijn team: “Mannelijke chimpansees lijken te leven, te ademen en te eten om dominantie te verwerven. Ze streven naar status. Het hoort bij het spel. … Er is nu een situatie waarbij er veel meer mannetjes concurreren om de toppositie. Welke gevolgen heeft dat?… We begonnen ons zorgen te maken: deze gemeenschap is zo groot dat ze niet bij elkaar zal kunnen blijven. Ze zal uiteenvallen nog voor we begrijpen wat er aan de hand is.”

René Girard 6René Girard 7René Girard 8René Girard 9

David Watts en zijn team hebben geobserveerd hoe de hoog oplopende interne spanningen (een situatie van ‘allen tegen allen’) verdwijnt als de vijandigheid zich richt naar een tegenstander die geïsoleerd geraakt en die het slachtoffer wordt van een grotere groep (een situatie van ‘allen tegen één’). René Girard veronderstelt terecht dat zulke taferelen zich ook hebben afgespeeld in prehistorische mensengroepen, waarbij mimetische begeerte eerst soms zorgt voor verdeeldheid en geweld; vervolgens zorgt de mimetische vereniging tegen één tegenstander weer voor een tijdelijke eenheid en vrede.

René Girard: “Als er een mimetisch gevecht zonder einde is, dan zal de mimetische kracht zich uiteindelijk op een enkel slachtoffer richten. Anders gezegd: mensen kunnen een object niet delen als zij om dat object gevochten hebben. Om een object vechten verdeelt mensen. Op een gegeven punt zal iedereen met iedereen vechten en verschuift de mimetische kracht van vijand naar vijand. Als twee vijanden dan dezelfde tegenstander kiezen, dan zullen steeds meer mensen dat doen, en uiteindelijk iedereen. De paradox is: vechten om een object verdeelt mensen, maar als iedereen tegen dezelfde vecht, ontstaat er juist eenheid.”

René Girard 14

David Watts en zijn team: “We arriveerden op de plaats waar iets gaande was. De chimpansees waren iemand van hun eigen groep aan het aanvallen. Brownface en Pincer…, de meest Ngogo chimpansees waren iemand aan het aanvallen. Al snel realiseerden we ons dat ze Grapelli aan het aanvallen waren. En dat hij in groot gevaar verkeerde. … Ze sloegen hem, schopten hem, beten hem! … Het is onmogelijk dat een dier dit overleeft. … Waarom is het gebeurd, waarom hebben ze hem gedood? Het gaat over een jong mannetje dat sociaal niet zo geïntegreerd is, maar hij lijkt vrij ambitieus. Sommigen zien hem wellicht als een rivaal. Hij is plots in de minderheid, ze kunnen hem echt schaden, en dus doen ze dat…”

René Girard 13

David Watts en zijn team observeerden dat chimpansees regelmatig jacht maken op andere apen, of op chimpansees die niet tot de eigen groep behoren. Het is zeer opmerkelijk dat chimpansees blijkbaar niet jagen om voedsel te verkrijgen. Alles wijst erop dat ze jagen om hun sociale banden te versterken. Dat ligt alweer in de lijn met wat René Girard beweert over de oorsprong van jachtrituelen bij onze prehistorische voorouders.

David Watts en zijn team: “Waarom jagen chimpansees? Een oud idee is dat ze jagen wanneer ze honger hebben, als er weinig voedsel is. Maar eigenlijk blijkt het tegenovergestelde. … Vlees lijkt een belangrijke rol te spelen bij het onderhouden en vormen van sociale banden.”

René Girard 11René Girard 12

De ‘jacht’ van de chimpansees op Grapelli is uitzonderlijk omdat het een lid van de eigen groep betreft. Tegelijk hoeft het geen verbazing te wekken dat zoiets gebeurt bij een groep van meer dan 150 leden. Onder andere Yuval Noah Harari verwijst in zijn bestseller Sapiens naar het feit dat mensengroepen van die omvang meer met roddelen bezig moeten zijn geweest The Gossip Theory. Dat is een manier om sociale cohesie te bevorderen ten koste van een gemeenschappelijke tegenstander; zie Sapiens – A Brief History of Humankind (London, Vintage, 2015), p. 28-29:

“Our chimpanzee cousins usually live in small troops of several dozen individuals. They form close friendships, hunt together and fight shoulder to shoulder against baboons, cheetahs and enemy chimpanzees. Their social structure tends to be hierarchical. The dominant member, who is almost always male, is termed ‘alpha male’. Other males and females exhibit their submission to the alpha male by bowing before him while making grunting sounds, not unlike human subjects kowtowing before a king. The alpha male strives to maintain social harmony within his troop. When two individuals fight, he will intervene and stop the violence. Less benevolently, he might monopolise particularly coveted foods and prevent lower-ranking males from mating with the females.

When two males are contesting the alpha position, they usually do so by forming extensive coalitions of supporters, both male and female, from within the group. Ties between coalition members are based on intimate daily contact hugging, touching, kissing, grooming and mutual favours. … The alpha male usually wins his position not because he is physically stronger, but because he leads a large and stable coalition. These coalitions play a central part not only during overt struggles for the alpha position, but in almost all day-to-day activities. Members of a coalition spend more time together, share food, and help one another in times of trouble.

There are clear limits to the size of groups that can be formed and maintained in such a way. In order to function, all members of a group must know each other intimately. Two chimpanzees who have never met, never fought, and never engaged in mutual grooming will not know whether they can trust one another, whether it would be worthwhile to help one another, and which of them ranks higher. Under natural conditions, a typical chimpanzee troop consists of about twenty to fifty individuals. As the number of chimpanzees in a troop increases, the social order destabilises, eventually leading to a rupture and the formation of a new troop by some of the animals. Only in a handful of cases have zoologists observed groups larger than a hundred. Separate groups seldom cooperate, and tend to compete for territory and food. Researchers have documented prolonged warfare between groups, and even one case of ‘genocidal’ activity in which one troop systematically slaughtered most members of a neighbouring band.

Sapiens - A Brief History of Humankind (Yuval Noah Harari)Similar patterns probably dominated the social lives of early humans, including archaic Homo sapiens. Humans, like chimps, have social instincts that enabled our ancestors to form friendships and hierarchies, and to hunt or fight together. However, like the social instincts of chimps, those of humans were adapted only for small intimate groups. When the group grew too large, its social order destabilised and the band split. Even if a particularly fertile valley could feed 500 archaic Sapiens, there was no way that so many strangers could live together. How could they agree who should be leader, who should hunt where, or who should mate with whom?

In the wake of the Cognitive Revolution, gossip helped Homo sapiens to form larger and more stable bands. But even gossip has its limits. Sociological research has shown that the maximum ‘natural’ size of a group bonded by gossip is about 150 individuals. Most people can neither intimately know, nor gossip effectively about, more than 150 human beings.

Harari legt uit hoe taal en cognitieve vermogens bij de eerste mensen ontsprongen aan de nood om almaar complexere sociale banden te vormen die de kans op overleving bevorderden (in fysieke en/of ‘culturele’ termen); Sapiens – A Brief History of Humankind (London, Vintage, 2015), p. 25-26:

“Our language evolved as a way of gossiping. According this theory Homo sapiens is primarily a social animal. Social cooperation is our key for survival and reproduction. It is not enough for individual men and women to know the whereabouts of lions and bison. It’s much more important for them to know who in their band hates whom, who is sleeping with whom, who is honest, and who is a cheat.

[…]

The gossip theory might sound like a joke, but numerous studies support it. Even today the vast majority of human communication whether in the form of emails, phone calls or newspaper columns is gossip. It comes so naturally to us that it seems as if our language evolved for this very purpose. Do you think that history professors chat about the reasons for the First World War when they meet for lunch, or that nuclear physicists spend their coffee breaks at scientific conferences talking about quarks? Sometimes. But more often, they gossip about the professor who caught her husband cheating, or the quarrel between the head of the department and the dean, or the rumours that a colleague used his research funds to buy a Lexus.”

Kortom, zowel ons overlevingsinstinct als ons verlangen om sociale banden te onderhouden en een sociaal respectabele positie te verwerven (zelfs soms ten koste van ons overlevingsinstinct!) gaan vaak vooraf aan ons verlangen om dingen te verklaren. De vroegste culturele overtuigingen ontstonden niet vanuit een louter ‘contemplatieve’ of ‘intellectuele’ onderneming. Ze dienden fysieke noden en het verlangen om een culturele identiteit te bewaren.

Hoe groter chimpanseegroepen worden, hoe meer rivaliteit en interne spanningen er blijkbaar zijn. Bij prehistorische mensengroepen moet dat nog meer het geval zijn geweest. De mimetische neigingen bij mensen zijn immers sterker, waardoor de neiging om elkaars verlangen te imiteren (= mimetische begeerte) ook sterker zal zijn. Dat laatste kan voor conflicten zorgen als mensen het object van hun verlangen niet kunnen of willen delen.

In 2009 geeft neurowetenschapper Vilayanur Ramachandran een TED-talk over spiegelneuronen (in 1996 ontdekt door Giacomo Rizzolatti en zijn team) waarin alweer opvallende overeenkomsten aan het licht komen met wat René Girard beweert over de mimetische begeerte. Als Girard daarover spreekt in het vermelde interview uit 1985 maakt hij zelfs dezelfde gebaren als Ramachandran! Het gaat over volgende uitspraken:

René Girard: “Als ik naar een bepaald voorwerp grijp, zult u geneigd zijn hetzelfde voorwerp te willen grijpen.”

René Girard 2René Girard 3

Vilayanur Ramachandran: “Er zijn dus neuronen die actief zijn als ik naar iets grijp, maar die ook actief zijn als ik een ander naar iets zie grijpen.”

René Girard 4

Op cellulair niveau is dus een ‘neiging’ meetbaar die we als dusdanig niet altijd ervaren. We leren geleidelijk aan om te gaan met onze ‘directe’ mimetische begeerte. Kleine kinderen kunnen dat vaak veel minder, waardoor ze sneller elkaars verlangen imiteren naar objecten en elkaars ‘obstakel’ worden bij de verwerving ervan. Geef twee kinderen bijvoorbeeld elk een blikje cola, en dan nog kan er een conflict ontstaan als ze die niet willen delen (zie de tweede foto hieronder; de eerste is afkomstig van een experiment in het Max Planck instituut voor Psycholinguïstiek, waarbij onderzoekers vaststelden dat chimpansees de grijpbeweging van hun trainer imiteerden om bij een bekertje uit te komen waaronder een balletje lag):

René Girard 1René Girard 5

De keren dat rivaliteit bij prehistorische mensengroepen tijdelijk wordt opgeheven door een collectieve aanval op een lid van de eigen groep (en niet door jacht te maken op dieren of mensen die niet tot de eigen groep behoren), nemen toe. Daardoor zullen primitieve mensen gaandeweg associaties maken bij de slachtoffers van collectief geweld die niet door apen worden gemaakt.

Zoals de hond van Pavlov gaandeweg een geluidssignaal in verband brengt met een bepaald soort voedsel, ook al is dat voedsel niet in de buurt, brengen prehistorische mensen geweld in verband met bepaalde personen (de slachtoffers van collectief geweld!), ook al zijn die personen niet in de buurt. Zoals voor de kwijlende hond gaandeweg ‘onzichtbaar voedsel’ aanwezig lijkt te zijn bij het horen van een geconditioneerde geluidsstimulus, lijken voor de prehistorische gemeenschap gaandeweg ‘onzichtbare personen’ aanwezig te zijn bij het ervaren van geweld.

Geweld escaleert soms zodanig bij apen dat er slachtoffers vallen. Uit concrete observaties blijkt dat een groep apen dan plotseling ongewoon kalm wordt en zich verzamelt rond het slachtoffer. Ook de apen die verantwoordelijk zijn voor de neergang van het slachtoffer doen dat. Als zoiets inderdaad vaak is voorgevallen bij onze prehistorische voorouders, kan dat tot bepaalde associaties hebben geleid: zolang die persoon leeft, ervaart de groep geweld en tumult; als die persoon dood is, ervaart ze vrede en stabiliteit.

René Girard 15René Girard 16René Girard 17

Met andere woorden, het slachtoffer krijgt gaandeweg onterecht de schuld voor het tumult waarvoor het niet – of slechts gedeeltelijk – verantwoordelijk is (in werkelijkheid gaat het over een escalatie van mimetisch aangevuurde spanningen). Het slachtoffer is met andere woorden een zondebok. Tegelijk leert de groep dat het tumult te bestrijden valt door iemand te doden. Naarmate de groep dat met opzet begint te doen, ontstaat het offerritueel. Vanuit het zondebokmechanisme ontspringt dus het valse geloof dat er onzichtbare personen bestaan (later ‘geesten’ en ‘goden’ genoemd) die verantwoordelijk zijn voor mogelijk geweld en rampspoed, en die met offers te manipuleren zijn. Zulke ideeën hebben zich als een lopend vuurtje verspreid over verschillende gemeenschappen en generaties, in telkens nieuwe gedaanten van duizenden religies.

Pavlov and Girard Model

De mimetische theorie van René Girard toont alvast aan dat zulke religies gebaseerd zijn op een leugenachtige vergissing in de prehistorie. De geesten en goden van die religies bestaan uiteraard niet.