[Deze post is een vertaling en herwerking van een vorige post, met name The Fascism of Anti-religious Utopians; ze kadert in de discussie over het vak LEF – klik hier voor meer artikels op de Thomas-website van de KU Leuven].

“Niemand wordt homoseksueel geboren. Homoseksualiteit is een pervertering van de menselijke natuur. Vandaag zijn er al genoeg problemen op het vlak van relatievorming en seksualiteit die onze samenleving ontwrichten. We moeten onze jeugd behoeden voor nog meer seksueel geweld. Wordt het daarom geen tijd dat wij de homoseksuele leraren uit onze scholen ranselen? Zij mogen onze jeugd niet langer corrumperen. Zeg hen: blijf met uw fikken van de ziel van mijn kind!”

Die redenering is wel eens te horen in veelal eerder rechtse kringen, al dan niet met een religieus sausje. In de nasleep van 9/11 zijn er in de Verenigde Staten zelfs fundamentalistische christenen die terroristische aanslagen beschouwen als “een straf van God” omdat de Amerikaanse samenleving te tolerant zou zijn tegenover “feministen, homo’s en lesbiennes” (dixit bijvoorbeeld Jerry Falwell, op 13 september 2001, in The 700 Club).

Wat mij betreft, wordt die manier van denken terecht bekritiseerd, en zeker ook als ze komt uit hoeken die zelf niet altijd een toonbeeld van seksuele ethiek blijken. Natuurlijk zullen er homoseksuelen zijn die zich, zoals ook sommige heteroseksuelen, bezondigen aan verkrachtingen en andere vormen van seksueel geweld, maar dat betekent niet dat homoseksualiteit op zich een perversie is. Terecht moeten we homoseksuelen in bescherming nemen tegen discriminerende maatregelen. Het homofobe uitgangspunt is bovendien sterk betwijfelbaar. In tegenstelling tot wat homofobe stemmen vaak beweren, is er hoogst waarschijnlijk wél een genetische aanleg voor homoseksualiteit. Dat homoseksuele neigingen genetisch zouden zijn, lijkt mij evenwel geen goed argument om te bepalen of homoseksualiteit geoorloofd is. Een gelijkaardige redenering gaat misschien op voor pedofilie, en dan zouden we, ondanks een eventueel biologische oorsprong, nog altijd besluiten dat deze vorm van seksualiteit moreel verwerpelijk is. In ieder geval zijn er voldoende andere morele en wettelijke criteria dan het biologische argument om de rechten van homoseksuelen te verdedigen. Er is dus hoop.

De vraag is of ook andere groepen in onze samenleving dezelfde hoop kunnen blijven koesteren. Recentelijk steekt volgende redenering meer en meer de kop op:

“Niemand wordt religieus geboren. Religie is een pervertering van de menselijke natuur. Vandaag zijn er al genoeg problemen op het vlak van religieus gemotiveerd geweld en fanatisme die onze samenleving ontwrichten. We moeten onze jeugd behoeden voor nog meer religieus geweld. Wordt het daarom geen tijd dat wij de levensbeschouwelijke kooplieden uit onze scholen ranselen? (Joël De Ceulaer op de website van Knack, 13 januari 2015). Zij mogen onze jeugd niet langer corrumperen. Zeg hen: blijf met uw fikken van de ziel van mijn kind! (De Ceulaer, ibid.).”

Patrick Loobuyck Joël De Ceulaer twitter

Journalist Joël De Ceulaer en de zijnen stellen al enkele jaren expliciet de vraag om de levensbeschouwelijke vakken in onze scholen te vervangen door “één neutraal vak levensbeschouwing” (het fameuze LEF – “Levensbeschouwingen, Ethiek, Filosofie”), liefst gegeven door “neutrale leraren”. De lijken van de slachtoffers waren amper koud of De Ceulaer lanceerde die oproep opnieuw naar aanleiding van de aanslag op Charlie Hebdo. Daarmee gaat hij nog een stap verder dan de islamofobie waartoe Filip Dewinter (Vlaams Belang) onlangs weer wou aanzetten in de Kamer. Dewinter zwaaide met een Koran en noemde het boek “de reden van heel wat onheil”. Door zijn oproep voor een vak LEF in de context van islamistische terreurdreigingen te plaatsen, verbreedt De Ceulaer de islamofobie van Dewinter de facto tot een algemene religiefobie.

Zelf ben ik een van de “levensbeschouwelijke kooplieden” die De Ceulaer uit onze scholen wil “ranselen”. Ik zou hem en zijn ideologische bondgenoten graag een aantal bedenkingen voorleggen. Het is ten eerste betwijfelbaar of “religieuze neigingen” niet behoren tot onze natuur. Met name sommige atheïsten gewagen zelfs graag van een “God-gen” dat aan de oorsprong van religieuze gevoeligheden zou liggen. (Eigenaardig wel dat de veronderstelde genetische oorsprong van homoseksualiteit vaak als een argument pro gebruikt wordt, terwijl die in het geval van religie vaak als een argument contra geldt.) Natuurlijk wordt niemand geboren met een particuliere religie of levensbeschouwing, zoals er ook geen homoseksueel geboren wordt met een particuliere partner, maar de mogelijkheid om een religieuze of seksuele gevoeligheid in een specifieke zin te cultiveren is van bij het begin – al dan niet genetisch – aan de mens gegeven (die gevoeligheden komen in ieder geval niet van Mars). Het contact, van kindsbeen af, met mensen die op een gezonde manier getuigen van hun levensbeschouwelijke verbintenissen kan een inspiratie vormen voor een eigen levensbeschouwelijke zoektocht. Zoals de getuigenis van liefde bij (al dan niet homoseksuele) koppels de eigen kijk op relaties van kinderen en jongeren vormt. Je wacht toch ook niet met het spreken van een bepaalde taal omdat je kind, zoals alle mensen, met talige mogelijkheden geboren wordt maar niet met “één specifieke taal”? Het is precies het intense, niet zelf gekozen contact met één taal dat je kind de vrijheid schenkt om ook andere talen te leren en eigen ideeën te ontwikkelen. Je moet je kind natuurlijk niet wijsmaken dat er geen andere talen zijn. Dat zou de feiten geweld aandoen.

Een levensbeschouwelijke cultuur is in wezen als een taal: geen doel op zich, maar een vertrekpunt dat mensen toelaat om in relatie te treden met een wereld die gekleurd wordt door een veelheid aan talen en culturen. Nu zou je kunnen argumenteren dat een taal nuttiger en daarom fundamenteler is dan een levensbeschouwelijke overtuiging, en op basis daarvan een intenser contact met één levensbeschouwelijk perspectief uit het onderwijs weren. Dat is een levensbeschouwelijke optie. Het belang of de waarde van iets laten afhangen van een vraag naar nut, is natuurlijk niet neutraal. Afgezien daarvan is er een steeds groter levensbeschouwelijk analfabetisme in onze samenleving dat eigen problemen met zich mee brengt. Als er dan toch een “nut” moet zijn voor een levensbeschouwelijk vak, ligt het misschien daar. Uit vele verhalen van islamistische “bekeerlingen” blijkt dat het vaak gaat om jongeren die nauwelijks een expliciet islamitische opvoeding kregen. Sommigen hebben zelfs helemaal geen contact met religie tot voor hun plotse bekering. Hun beleving van de Islam is dan ook eerder te begrijpen als het gevolg van bepaalde frustraties en gewelddadige neigingen dan dat ze er de oorzaak van zou zijn.

Tien jaar na 9/11 schreef de militante atheïst Sam Harris op zijn blog: “Vanuit onze onwetendheid, angst en hunker naar orde schiepen we de goden. En onwetendheid, angst en hunker houden ze bij ons.” Het wereldbeeld van religieuze fundamentalisten teert inderdaad op een mix van die menselijke eigenschappen. Het wereldbeeld van antireligieuze fanatici echter evenzeer. Beide groepen beantwoorden de utopische hunker naar orde door hun perspectief op de werkelijkheid te verabsoluteren en eigenlijk te vergeten dat het een perspectief is. De enen noemen hun standpunt “goddelijk”, de anderen “neutraal”, en dat is tweemaal gelogen. Je kan objectiviteit nastreven in levensbeschouwelijk onderwijs, maar geen neutraliteit. Je kan bijvoorbeeld van atheïstische, boeddhistische, christelijke of islamitische leraren verwachten dat ze een gelijkaardig verhaal vertellen als ze het christelijk geloof voorstellen vanuit het werk van Karl Rahner, George Coyne of James Alison – alle drie katholieke theologen. Of vanuit het denken van Ignatius van Loyola, Franciscus van Assisi of Benedictus van Nursia. Vervolgens kun je de dialoog aangaan met andere levensbeschouwelijke perspectieven, met het fundamentalisme van Jerry Falwell bijvoorbeeld. Je kunt ook de vraag stellen hoe je leerlingen zich, vanuit hun eigen culturele achtergrond, verhouden tot die levensbeschouwelijke perspectieven. Maar met een zogezegd “goddelijk” of “neutraal” perspectief valt niet te dialogeren. Dat is gewoon aan te nemen, zonder discussie, en is een vorm van indoctrinatie. Ten slotte cultiveren zowel religieuze fundamentalisten als antireligieuze fanatici ook een cultuur van angst. De zogenaamd verlichte rationaliteit van Harris zelf wordt gevoed door religiefobie. Hij zegt bijvoorbeeld: “Ik denk dat religie de gevaarlijkste ideologie is die we ooit hebben voortgebracht, de voornaamste bron van verdeeldheid.” Bij wie zich angstvallig ingraaft in een ideologische cocon is de onwetendheid groot. Ook bij Harris uit zich dat in zogezegd “nuchtere” stereotyperingen.

Je kan alle overtollige culturele en literaire elementen uit een taal weren en kinderen opvoeden in een overzichtelijk, eenduidig en efficiënt idioom (een Orwelliaanse Newspeak). Daarmee ontzeg je hen echter de toegang tot een groot deel van de menselijke werkelijkheidsbeleving en wie wereldvreemd is, reageert doorgaans angstig op wat niet tot de eigen, verkleinde wereld behoort. En zo is de cirkel rond. Taalarmoede en levensbeschouwelijk analfabetisme houden de spoken van het totalitarisme en fascisme bij ons, of die nu van religieuze of antireligieuze demagogen komen. Angstig moeten we evenwel niet zijn. Het zijn maar spoken van irrealistische maatschappelijke dromen. En spoken bestaan niet. Dat maken de (zowel gelovige als atheïstische) spirituele geesten in ons midden ons vroeg of laat wel weer duidelijk.

* Een verduidelijking bij het gebruik van de term “fascisme”:

Fascisme is niet hetzelfde als nazisme. Tegenwoordig wordt “fascisme” vaak gebruikt als een aanduiding van anti-democratische, anti-liberale stromingen en denkwijzen. Dat is in feite een enigszins afgeleid, oneigenlijk historisch gebruik van de term, maar De Ceulaer en Loobuyck weten natuurlijk wel hoe ze het gebruik van het woord in de hoger geschetste context moeten interpreteren. Kortom, in die context staat fascisme voor een totalitaire tendens in het denken. In het antwoord op de tweet van Loobuyck stelt De Ceulaer wel verkeerdelijk dat ik hem een fascist noem; ik noem niet hem fascistisch, wel zijn denkwijze.

… is God dood? … is de Mens dood?

De religieuze fanaticus die terroristische daden pleegt, verschuilt zich achter “god”.

De atheïst zal hem vertellen dat die “god” niet bestaat.

De atheïstische analyse van religieus gemotiveerd geweld leidt tot de onvermijdelijke conclusie dat niet “god” het probleem is – dat wezen bestaat dan immers niet – maar wel “de mens”.

De vraag is dus, vanuit de atheïstische analyse, welke menselijke eigenschappen aan de oorsprong liggen van het geweld dat in naam van al dan niet religieuze ideologieën (alweer creaties van de mens) wordt gepleegd.

Een mens zou er moedeloos van worden…

fundamentalism same coinKunnen we nog geloven in de mens, in onszelf, als we de geschiedenis overzien en beseffen tot welke vormen van geweld we in staat zijn?

Kunnen we nog geloven in de mens als we denken aan de kruistochten, de shoah, de goelag, de genocide in Rwanda, etc.?

Kunnen we nog geloven in de mens als we denken aan haatpredikers en haatpropaganda – van nazistische karikaturen van Joden en fundamentalistische christenen die korans verbranden tot extremistische moslims die oproepen tot daden van terreur?

Naar aanleiding van de terroristische aanslagen op de redactie van het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo (gisteren, 7 januari 2015), heb ik nog eens een van de artikelen van onder het stof gehaald die ik schreef voor het weekblad Tertio (7 september 2005). Ik probeerde hierin de maatschappelijke context te schetsen waarin het hedendaagse godsdienstonderwijs functioneert. Het sociologische aspect van dit artikel was grotendeels gebaseerd op het werk van politicologen/sociologen als Benjamin Barber en Manuel Castells, maar ook de mimetische theorie van René Girard speelde een niet te onderschatten rol in de analyse (wie vertrouwd is met deze theorie zal dat onmiddellijk merken bij het lezen van het artikel).

dialogueJammer genoeg is er sinds 2005 weinig veranderd. Een levensbeschouwelijke dialoog zou moeten bijdragen tot de ontwikkeling van het broodnodige vertrouwen tussen mensen met uiteenlopende overtuigingen. Alleen wordt die dialoog onvoldoende ontwikkeld. Daardoor kan humor door haatpredikers gemakkelijk voorgesteld worden als “een aanval op de identiteit”. Een context waarin mensen elkaar vertrouwen maakt zelfrelativerende humor mogelijk. Als die ontbreekt wordt “plagen” al te gemakkelijk geïnterpreteerd als “pesten”, en dan springen mensen op de kar die niets liever doen dan polariseren…

In de Verenigde Staten krijgen de zogezegd “linkse rakkers” (liberals) van The New York Times en The Washington Post het verwijt, vanuit rechts conservatieve hoek (conservatives), dat ze toegeven aan de moslimterroristen omdat ze de cartoons van Charlie Hebdo niet publiceren… “Links” zou “te vriendelijk” zijn voor de islam en voor de moslims. Ook wat dat betreft, is er aan de oppervlakte van de polarisering weinig veranderd sinds 2005…

Hieronder het artikel – klik op de afbeeldingen om ze te vergroten:

Tertio 7 september 2005Tertio 7 september 2005_2

P.S.: Intussen laait ook de discussie over het godsdienstonderwijs opnieuw op. Vanmorgen (dinsdag 13 januari 2013) op Radio 1 ging het programma Hautekiet over de vraag of alle levensbeschouwelijke schoolvakken afgeschaft moeten worden (met opnieuw een pleidooi voor LEF – levensbeschouwing, ethiek en filosofie).

Enkele bedenkingen (voor meer: klik hier om “(Theïstisch?) Sermoentje” te lezen):

Levensbeschouwelijke apartheid afschaffen: natuurlijk!

Maar vanwaar toch de pretentie dat er zoiets zou bestaan als een “neutraal” perspectief aangaande levensbeschouwingen?

Twee zaken onderscheiden:

1) Een wetenschappelijk verantwoorde studie van levensbeschouwingen (om vragen te beantwoorden als: “Hoe worden de verschillende literaire genres in de Bijbel geïnterpreteerd – zowel vroeger als nu?”, of “Welke visie op God komt aan de oppervlakte in het soefisme?”, of nog “Wat zijn de voornaamste verschillen in levensvisie tussen eerder westerse ‘lineaire’ levensbeschouwingen die groeiden uit de joods-christelijke tradities, en eerder (ver) oosterse ‘cyclische’ levensbeschouwingen die groeiden uit de hindoeïstische tradities?”).

2) Levensbeschouwelijke reflectie en het maken van levensbeschouwelijke keuzes. Dit proces gebeurt grotendeels buiten de schoolmuren, zelfs als kinderen op school een of ander confessioneel vak krijgen. De wetenschappelijk verantwoorde dialoog met een confessioneel vak, dat zich niet profileert als “neutraal” of “de objectieve waarheid in pacht hebbend”, kan een model zijn om levensbeschouwelijke dialoog en reflectie een plaats te geven in het eigen leven (je moet niet alle talen van de wereld krijgen op school om aan de hand van enkele talen te leren hoe “een taal” eigenlijk werkt en zelf andere talen te gaan studeren).

Kortom, het streven naar “objectiviteit” (wetenschappelijk verantwoorde studie van levensbeschouwingen) mag niet verward worden met “neutraliteit” (een pedagogische positie die niet zou berusten op levensbeschouwelijke keuzes).

De verwarring van “objectiviteit” en “neutraliteit” is kenmerkend voor iedere vorm van (religieus of seculier) totalitarisme dat meent “dé waarheid” in pacht te hebben.

Bij wijze van uitdrukking (voor de secularisten onder ons 😉 ): “God behoede ons voor een maatschappelijk scenario zoals dat beschreven wordt in George Orwells 1984!”

Bij wijze van analogie: porno op het internet, vrouwenhandel en verkrachtingen verdwijnen niet als je van seks een taboe maakt op scholen… Misschien zelfs integendeel? Seksuele opvoeding is meer dan het verschaffen van encyclopedische kennis over de seksuele daad…

Dan wil je eens even niet bezig zijn met de onderwerpen van de mimetische theorie, stuurt Arno Couwenbergh – een kersverse oudleerling – dit artikel op uit Knack. Waarvoor dank :)!

KLIK HIER OM HET INTERVIEW MET CHRISTIAN KEYSERS TE LEZEN (PDF)

Wie nog meer wil weten over Het empathische brein kan hier terecht.Keysers-Het empatische brein@7.indd

To my English reading friends: The Empathic Brain first appeared in English. It might be enlightening to read it together with Mimesis and Science – click here for more information on that book.

It is important to notice that empathy (developed through mimetic ability) is a two-edged sword. For more, click here.The Empathic Brain

KLIK HIER VOOR PPT ALS SLIDESHARE NIET WERKT

Voor de inleefreis naar India van onze school (Sint-Jozefscollege, Aalst) maakte ik een powerpoint over hindoeïsme en boeddhisme. Daarbij heb ik de voornaamste verschillen trachten aan te duiden tussen ‘oosterse’ en ‘westerse’ levensbeschouwingen (hoewel het onderscheid natuurlijk moet worden genuanceerd omwille van wederzijdse beïnvloeding). Het gaat dan over denkwijzen die respectievelijk schatplichtig zijn aan een cyclische tijdsopvatting (bewaard in het Verre Oosten), en aan een lineaire tijdsopvatting (ontstaan in het Nabije Oosten, en verder ontwikkeld in de Abrahamitische godsdiensten).

child playing next to cobras in their baskets in Indiaritual-man swinging by rope from hooks in back in IndiaShaman or Guru in India

In het tv-programma Reyers Laat van 2 mei 2013 werd speciale aandacht besteed aan… de Liefde.

Reyers LoveAls godsdienstleraar vind ik het interessant om te zien hoe een aantal inzichten die behoren tot de kern van het joods-christelijke denken ook aanwezig zijn in een seculiere context. Dat is niet zo verwonderlijk. Het gaat in de Bijbel, zoals in iedere grote spirituele traditie, om een zoektocht naar de uiteindelijke bestemming van mens en wereld, en die zoektocht vertrekt vanuit een karakterisering van “de mens”. Blijkbaar komen de pogingen van de Bijbelse auteurs om de mens en zijn voornaamste problematieken te karakteriseren overeen met de pogingen van hedendaagse menswetenschappers die hetzelfde doen. Bovendien verwijst psychiater Dirk De Wachter naar Emmanuel Levinas, een Franse filosoof inderdaad, maar vooral ook een joodse denker (ook bekend om zijn lezingen van de Talmoed). En dan is het natuurlijk al helemaal niet toevallig dat een Bijbelse antropologie doorklinkt in het spreken van dokter De Wachter. Het bleek voor de leerlingen uit de 6GRWIb, 6LAWIb, 6ECMT1, 6ECWI en 6ECWE aan wie ik vandaag lesgaf helemaal niet moeilijk om de overeenkomsten tussen de boodschap van de evangeliën en die van Clara Cleymans, Kristien Hemmerechts en Dirk De Wachter aan te duiden. Dank aan Reyers Laat voor het onverwachte didactische materiaal :)! Klik aan:

BEKIJK HIER EEN FRAGMENT: WAT IS LIEFDE?

En voor wie wil weten hoe een godsdienstleraar een en ander over de liefde beschouwt vanuit het Nieuwe Testament, is er volgende link – een inkijk in mijn lessen :), jawel – klik aan:

VAN EROS NAAR THANATOS NAAR AGAPÈ (PDF)

In mijn boek, uitgegeven bij Averbode in 2009, worden deze thema’s verder uitgewerkt – klik hier voor meer informatie over Vrouwen, Jezus en rock-‘n-roll.

sacrificial peaceTot slot geef ik nog enkele citaten uit het gesprek. Wie het pdf-document gelezen heeft, zal merken dat de nieuwtestamentische opvatting over vrede aansluit bij de karakterisering van de liefde in het gesprek uit Reyers Laat.

De Jezusfiguur van de canonieke evangeliën heeft het niet zo begrepen op een “vrede” of “harmonie” die gebaseerd is op offers, op geweld. Hij heeft het niet begrepen op een slaafse gehoorzaamheid of blinde loyauteit aan een eigen “(familie)clan”, waarbij “de vijand” van die clan automatisch de vijand wordt van eenieder die ertoe behoort, zonder dat de vraag gesteld wordt of de clan het wel bij het rechte eind heeft.

I did not come to bring peaceDe Jezusfiguur uit de canonieke evangeliën plaatst een vraagteken bij relaties waarin conflicten niet op een vruchtbare wijze aan bod kunnen komen. Mensen kunnen pas “thuis” zijn bij elkaar als ze ook het verschil tussen zichzelf en anderen een plaats kunnen geven – en verschillen in opvattingen en persoonlijkheden zullen onvermijdelijk spanningen teweegbrengen; de kunst is om er op een creatieve manier mee om te gaan. Jezus brengt “het zwaard”, maar het is wel duidelijk dat hij dit niet letterlijk bedoelt als een oproep tot geweld – zie Mt10,34-36: “Denk niet dat Ik op aarde vrede ben komen brengen. Ik ben geen vrede komen brengen, maar een zwaard. Want Ik ben gekomen om een wig te drijven tussen zoon en vader, tussen dochter en moeder, tussen schoondochter en schoonmoeder; ja, huisgenoten worden vijanden.”

Put away your swordKortom, de Jezusfiguur uit de canonieke evangeliën pleit vóór de mogelijkheid van conflicten (als vruchtbare spanningen voortkomende uit het verschil tussen mensen), maar is tégen gewelddadige conflicten.

Enkele citaten uit het gesprek in Reyers Laat ‘Reyers Love’ (2 mei 2013)

Dirk De Wachter: “Mijn stelling is dat de duurzame liefde – niet de verliefdheid of het hormonale gebeuren – bestaat uit het erkennen van de ander als ander. Dat juist in het verschil, het onoverbrugbare verschil, de continuïteit zich stelt. Dat is een theorie die ik niet zelf heb uitgevonden, maar die komt van de Franse filosoof Levinas. Dus: de ander als ander, de ander niet willen veranderen; de ander niet willen maken tot wat ge zelf zou wensen, tot uw eigen beeld of verlangen, maar de ander ‘laten zijn’.

Hoe kan men de ander beminnen zonder hem of haar tot zijn bezit te maken? […] De geliefde wordt vandaag vaak beschouwd als een soort consumptieproduct – als iets dat men zich kan aanschaffen en dan naar zijn verlangen kan modelleren, en dan ook opzij zetten als het niet meer echt voldoet aan dat wat men zo graag zou hebben.

Het is bijna een noodzaak. Het is omdat de ander anders is dat er steeds een verlangen blijft. Het is in die onvervuldheid dat we steeds blijven doorgaan. Dat is de paradox.”

Clara Cleymans: “Liefde stoelt altijd op eigenliefde. Daar wil ik niet mee zeggen dat liefde zich zou baseren op egoïsme of narcisme, want dat staat daar natuurlijk haaks tegenover, maar wel dat ge uzelf moet respecteren en uzelf ergens moet graag zien om de juiste partner te vinden of om ‘juist’ lief te hebben.”

Dirk De Wachter: “Dat is zeer juist. Als de ander moet dienen om u goed te voelen, dan zit ge met een probleem. Maar als ge u goed voelt, en de ander kan ook zichzelf zijn, dan is er duurzaamheid – niet gegarandeerd want dat bestaat niet – mogelijk.”

Clara Cleymans: “Als ge uzelf niet graag ziet, dan kunt ge ook heel moeilijk alleen zijn, en dan vlucht ge vaak in iemands armen; en als liefde een vlucht wordt dan houdt het op om liefde te zijn. […] Ik denk dat elke relatie mis kan gaan bij een lage eigenwaarde, omdat het zo een lelijke symptomen heeft. Ge wordt vaak heel jaloers, ge wordt heel bezitterig, heel hebberig… Ge laat helemaal geen vrijheid naar uw partner toe. Maar ook, als ge uzelf niet goed voelt, dan bouwt ge soms een hele dikke stugge muur rondom u, en dan kunt ge niet in een relatie stappen want een relatie is juist een hele intieme vorm van communicatie – waar ge iemand toelaat in uw meest intieme, hyperpersoonlijke ruimte, en ge hebt een soort van openheid nodig daarvoor.”

Kristien Hemmerechts: “Je mag niet afhankelijk zijn van iemand. Je moet je eerst goed in je eigen vel voelen voordat je een relatie kan aangaan. Want anders ga je die ander gebruiken om dat gat in jou te vullen, om die leegte in jou te vullen.”

Als mensen elkaar niet herleiden tot een louter middel ter bevrediging van bepaalde behoeftes en verlangens, kunnen ze het onuitwisbare verschil tussen zichzelf en anderen op het spoor komen dat liefde mogelijk maakt als respect voor de ander als ander. Christenen herkennen daarin de werkzame tegenwoordigheid van de Geest Gods, die uit de gespletenheid van het verschil het scheppende Woord baart dat een mens tot zijn medemens spreekt.


OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Regisseur Darren Aronofsky schetst de manier waarop het verhaal voor zijn film Black Swan (2010) vorm kreeg in een interview met Dave Mestdach (Knack Focus, 5 september 2010, op het filmfestival van Venetië):

“Eigenlijk ging het zo. Aangezien mijn zus vroeger danseres was, ben ik altijd in ballet geïnteresseerd geweest zonder daarom een kenner te zijn. Alleen vond ik lange tijd geen geschikt scenario of een juiste invalshoek voor een film. Tien jaar geleden – tijdens het monteren van Requiem for a Dream – las ik echter The Understudy van Andres Heinz. Dat script ging over de intriges achter de schermen van een Broadway-theatergezelschap. Wat later las ik ook De dubbelganger, een kortverhaal van Dostojevski over een man die er van overtuigd is dat zijn collega zijn identiteit heeft overgenomen. Dat vond ik een heel enge en fascinerende gedachte. Nog wat later zag ik een opvoering van Het Zwanenmeer van Tsjaikovski waarin de soliste zowel de rol van de Witte als de Zwarte Zwaan danste. Uit al die dingen samen is uiteindelijk het concept voor Black Swan ontstaan.”

Black SwanMet De dubbelganger van Fjodor Dostojevski (1821-1881) en het ballet Het Zwanenmeer van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893) plaatst Aronofsky zijn film in een rijk cultuurhistorisch en literair perspectief, dat gaat van de Metamorfosen van Ovidius (43 v. Chr. – 17 na Chr.), over Duitse, Russische en Deense sprookjes, tot de Engelse gothic novel en Richard Wagners opera Lohengrin. Daardoor bevat het verhaal van Black Swan ook een aantal geliefkoosde kernthema’s uit het werk van René Girard. Het leek mij interessant om die thema’s, en de manier waarop ze in de film aan bod komen, een beetje meer uit te spitten. Het resultaat is een filmfiche met cultuurhistorische en literaire achtergronden:

KLIK HIER OM DE FILMFICHE TE LEZEN (PDF)

VRAGEN BIJ DE FILMFICHE (PDF)

KLIK HIER OM DE VOLLEDIGE LITERAIRE TEKSTEN TE LEZEN VOOR DE VOORNAAMSTE MOTIEVEN IN BLACK SWAN (PDF)

Ik maakte ook een videocompilatie met de eindscènes uit Black Swan, gecombineerd met fragmenten uit enkele literaire werken die in de filmfiche worden besproken.

SPOILER ALERT!

If you haven’t seen the movie Black Swan, you shouldn’t watch this. Otherwise:

CLICK TO WATCH:

de donkere kamer van damokles

Graag verwijs ik naar een boeiend initiatief van de Nederlandse Girard Studiekring (Dutch Girard Society): een lesbrief over De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans, naar aanleiding van het evenement Nederland Leest.

KLIK HIER OM DE BRIEF TE LEZEN (PDF).

Dorbeck is alles!De brief is gebaseerd op een proefschrift van Sonja Pos. Over haar benadering van De donkere kamer van Damokles schreef W.F. Hermans aan een vriend: Sommige beschouwingen over mijn werk kan ik niet lezen zonder angstgevoelens. Ken jij: Mimese en geweld, beschouwingen over het werk van René Girard, Kampen 1988? Hierin staat een opstel van Sonja Pos over De donkere kamer van Damokles, dat me bang van mijzelf liet worden toen ik het las. Nou ja, ik overdrijf een beetje. Het is een van de beste beschouwingen die er ooit over dat veelbesproken verhaal zijn verschenen.”

Klik hier om een verrijkend interview met Sonja Pos te lezen over de dialoog tussen het werk van Hermans en Girard (interview door Els Launspach).

Milan KunderaHermans’ enthousiasme doet denken aan een bewering van een andere grote romancier, Milan Kundera. Deze Tsjechisch-Franse auteur schreef over het eerste boek van Girard: “Mensonge romantique et vérité romanesque is het beste dat ik ooit over de romankunst heb gelezen.” (uit Verraden Testamenten, Baarn, Ambo, 1994, p.160).

Uit de lesbrief:

Girards mimetische theorie is goed te herkennen in toneelstukken en literaire werken. Een mooi voorbeeld is De donkere kamer van Damokles(1958) door Willem Frederik Hermans. In haar proefschrift Dorbeck is alles! Navolging als sleutel tot enkele romans en verhalen van W.F. Hermans heeft literatuurwetenschapper Sonja Pos overtuigend aangetoond dat Girards belangrijkste ideeën, waaronder navolging, in De donkere kamer van Damokles opduiken zonder dat de schrijver Hermans zich dat bewust is geweest. Toen zij hem daarop attent maakte, was hij uitermate verrast. “Het [werk van Sonja Pos] is een van de beste beschouwingen die er ooit over dat veelbesproken verhaal zijn verschenen”, schreef hij aan een vriend. De roman, die in de Tweede Wereldoorlog speelt, laat zien hoe de mens door navolging ten onder kan gaan.

Mensonge romantique et vérité romanesque (René Girard)René Girard beschreef in De romantische leugen en de romaneske waarheid Europese literatuur waarin de hoofdpersonen een model navolgen. Soms zijn dat geen daadwerkelijke personages, maar verre geïdealiseerde voorbeelden zoals in Don Quichot van Cervantes. Deze relatie is eenzijdig: de hoofdpersoon oefent geen invloed uit op het model. Maar wat als het model dat door de hoofdpersoon van een roman wordt nagevolgd, niet veraf maar dichtbij is? Dan kan er rivaliteit ontstaan waarbij het model een obstakel voor de navolger gaat vormen, een voorwerp van haat. De mimetische rivaliteit is volgens Girard niet alleen besmettelijk maar ook destructief.

De donkere kamer van Damokles draait om Henri Osewoudt die een andere persoon, Dorbeck, wil navolgen. Juist door deze navolging gaat Osewoudt uiteindelijk ten onder. Girards mimetische theorie kan worden gebruikt om tot een beter begrip van Hermans’ roman te komen, en verschaft nieuwe inzichten over geweld in het algemeen.

Wie vertrouwd is met het werk van René Girard en in het Vlaamse onderwijs actief is, zal zeker opgekeken hebben van een artikel in het tijdschrift Klasse van december 2012. De titel van het artikel luidt (klik op de titel om het te lezen): Queen bee zaait terreur – Meisjesvenijn: een subtiel machtsspel.

Queen Bees and Wannabes (Rosalind Wiseman)Uit het artikel:

  • Koningin (queen bee): een populair, mooi, sociaal vaardig meisje. Graag gezien bij leraren. Zij domineert de pikorde, laat haar meelopers de vuile klusjes opknappen. Na een tijdje vindt ze het normaal dat ze altijd haar zin krijgt.
  • Meelopers (wanna-bees): een grote groep meisjes die heel graag bij de koningin willen horen. Ze kijken naar haar op, imiteren haar en doen haar vuile werk.
  • Slachtoffer (target): valt buiten de groep, staat helemaal alleen. Ze wordt vernederd, aangetrokken en afgestoten. Ze denkt dat ze niets waard is.
  • Zwijgende omstanders (torn bystanders): meisjes die zien wat er gebeurt, maar zwijgen uit angst zelf slachtoffer te worden.

Zodra je een klas vormt, bepalen de leerlingen een ‘pikorde’. Dat is een natuurlijk groepsproces. Maar als de klassfeer verziekt of er is veel stress, loeren machtsspelletjes om de hoek.

mean girlsHet is duidelijk dat het zogenaamde target als een zondebok functioneert waartegen een groep meisjes zich mimetisch verenigt (de wanna-bees imiteren de queen bee) in tijden van crisis (als de klassfeer verziekt is). De dubbelzinnige benadering van het target (zowel aangetrokken als afgestoten) doet denken aan de even dubbelzinnige benadering van de zogenaamde pharmakoi in het Oude Griekenland. Niet toevallig, natuurlijk, heeft ook Girard hierover geschreven. Pharmakoi waren gemarginaliseerde individuen die zowel negatief als positief bejegend werden – ze leken op een of andere manier vaak gevaarlijk voor de gemeenschap, maar schenen tegelijk de oplossing voor allerlei problemen. Het ritueel van de Pharmakos (φαρμακός) bestond uit het offeren of verbannen van een menselijke zondebok door priester-tovenaars. Een tovenaar werd pharmakon genoemd. Het was aan hem om een slaaf, een kreupele of een misdadiger uit te kiezen in tijden van crisis en rampspoed (bijvoorbeeld tijdens een hongersnood, een pestepidemie of een invasie). Het slachtoffer kreeg drugs (pharmakeus) toegediend van een priester-tovenaar die pharmakeia beoefende. Het Nederlandse woord farmacie is hiervan afgeleid, en verwijst nog altijd naar middelen die genezing moeten bewerkstelligen.

Meer informatie over mogelijke pesterijen van meisjeskliekjes vind je bij Rosalind Wiseman, meer bepaald in haar boek Queen Bees & Wannabes.

Een onderhoudende film over het onderwerp, die gebaseerd is op het boek van Wiseman en een en ander in een klas bespreekbaar kan maken, is Mean Girls (Mark Waters, 2004). Daarin moet een zekere Cady (gespeeld door Lindsay Lohan) de strijd aanbinden met Regina – Latijn voor ‘Koningin’ – George (gespeeld door Rachel McAdams). Als nieuwkomer valt Cady aanvankelijk in goede aarde bij The Plastics, een meisjeskliekje dat geleid wordt door Regina, tot ze verliefd wordt op het ex-vriendje van ‘the Queen’… Een interessante verwijzing naar de film in een bespreking van Nella Larsens Passing, aan de hand van het werk van René Girard en Rosalind Wiseman, lees je hier.

Naar aanleiding van een gesprek over ‘de kerk’ in het tv-programma Reyers Laat (van 13 november 2012), en een column daarover van Patrick De Witte in De Morgen (16 november 2012), richt ik deze brief aan alle atheïsten van goede wil.

In het bijzonder richt ik dit ‘sermoen’ aan Patrick De Witte, Patrick Loobuyck, Johan Braeckman, Anne Provoost, Nic Balthazar en Etienne Vermeersch. Jullie geëxpliciteerde ideeën over religie, en meer bepaald over de christelijke tradities en de verhouding tussen kerk en samenleving, vertolken immers vaak nogal gangbare veronderstellingen uit de onderbuik van onze geseculariseerde samenleving. Het ware boeiend geweest jullie aan tafel te zien met Mieke Van Hecke, Pieter De Crem, Annemie Struyf en Monseigneur Léonard. Dat is misschien voor een volgende Reyers Laat… Lees hier (ook op de Thomassite te lezen):

KLIK HIER VOOR EEN PDF-VERSIE VAN DE BRIEF AAN ALLE ATHEÏSTEN VAN GOEDE WIL

Een kortere versie van deze brief verscheen in het weekblad Tertio (nummer 670).

Klik op de afbeelding om ze te vergroten:

Tertio 12 december 2012

Het aloude verhaal. Van individuen die elkanders pestgedrag imiteren, en die zich op die manier verenigen rond een willekeurig slachtoffer. Een slachtoffer van wie zij echter beweren dat het dat pestgedrag “zelf uitlokt”. Een slachtoffer dat, met andere woorden, ten onrechte verantwoordelijkheid wordt toegedicht voor wat het overkomt. Een zondebok dus.

We zijn er als de kippen bij om onze eigen verantwoordelijkheid in dergelijke verhalen te ontlopen. We zijn geschokt door wat Tim Ribberink is overkomen, of Amanda Todd, of Tyler Long… We zijn verontwaardigd over het gedrag van de pesters. Maar intussen blijven we blind voor ons eigen aandeel in het creëren van een maatschappelijk klimaat dat telkens weer ruimte geeft aan vernederende woorden en daden. Aan het geweld van een bepaald soort taalgebruik. Van satire, bijvoorbeeld.

HUMOR (SATIRE) DIE ZICHZELF TE ERNSTIG NEEMT?

Ja, natuurlijk kan humor “ont-wapenend” zijn. Ruimte scheppen voor wie anders is dan jezelf begint bij een gezonde dosis zelfrelativering. En geen betere manier om jezelf te relativeren dan eens met jezelf lachen in het bijzijn van anderen. Maar tegenwoordig wordt “humor” – of wat daarvoor moet doorgaan – meer en meer een wapen ter onderdrukking van anderen. Je mag blijkbaar zelf niet meer bepalen waar je gevoeligheden en grenzen liggen, je moet “tegen een stootje” kunnen, een grapje kunnen verdragen, enzovoort. Vooraleer je jezelf kan relativeren, hebben anderen jou al – vaak ongevraagd – gerelativeerd in jouw plaats. Ze hebben jouw beslissingsruimte gekoloniseerd voor je er erg in hebt. Als je je dan gekwetst zou voelen, ligt het probleem natuurlijk niet bij die anderen, maar bij jou – jij, die geen gevoel voor humor kent of jezelf te ernstig neemt… Zo is de redenering van pesters die zichzelf niet als dusdanig herkennen, en die de verantwoordelijkheid voor het feit dat iemand zich gekwetst voelt bij de gekwetste zelf leggen – onder het mom: “Onze woorden zijn humoristisch op te vatten; wij kunnen het niet helpen dat iemand ze kwetsend opvat of niet in staat is om met mogelijks kwetsende taal om te gaan…”

En ondertussen tonen we toch ons respect voor het slachtoffer van een groep vermaledijde pesters – die zogezegd enorm van ons verschillen, maar die we in andere omstandigheden eigenlijk gewoon navolgen of imiteren. Of hoe het diaboliserende “pesten van pesters” zelf ook pesten is. Wie zich wreekt op boosdoeners, imiteert hun gedrag, en zet het kwaad dat hij dacht te bestrijden eigenlijk verder.

Wij (‘ons groepje’) zijn niet zoals zij (‘dat groepje’); ik niet zoals hij. Want wij betuigen eer aan hun slachtoffer…” De Jezusfiguur van de canonieke evangeliën ontmaskert de hypocrisie van zulke mechanismen (Mt.23,29-31): Wee u, schriftgeleerden en farizeeën, schijnheiligen; u bouwt graftekens voor de profeten en versiert de grafstenen van de rechtvaardigen, en u zegt: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze vaderen, zouden wij niet medeplichtig geweest zijn aan de moord op de profeten.” Zo getuigt u zelf dat u zonen bent van profetenmoordenaars.

We zien het slachtoffer van een andere groep of van een ander individu nogal gemakkelijk, maar blijven inderdaad vaak blind voor de slachtoffers die we zelf maken. Aan de oproep tot zelfonderzoek en inkeer wordt zelden beantwoord. Aan “de stad” – de samenleving – waar het goed toeven is als mens, wordt niet verder gebouwd. Of zoals die Jezusfiguur het zegt, als “de Stem van een roepende in de woestijn” (Mt.23,37-38): Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en diegenen stenigt die tot haar gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen niet onder mijn hoede willen nemen, zoals een kip haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels. Maar u hebt het niet gewild. Kijk, uw huis blijft onbewoond achter.

Tim, ik ken je niet. Ik ben niet direct verantwoordelijk voor je dood. Maar ik ben wel, op mijn manier, mede verantwoordelijk voor een sociaal klimaat waarin pestgedrag kan floreren. Mea culpa. Ik hoop dat ik niet te trots ben om vergiffenis te vragen aan of te ontvangen van wie ik heb gekwetst. Ik hoop dat ik van mezelf geen slachtoffer maak of mezelf als “zondebok” presenteer (zogezegd “onterecht beschuldigd van medeplichtigheid”) om mijn verantwoordelijkheid te ontlopen als “medeplichtige” in een samenleving die vaak blind blijft voor haar eigen zondebokken. Ik bid dat ik meer oog krijg voor de onbedoelde kwalijke gevolgen van bepaalde van mijn woorden en handelingen. Want ik ben hardleers en koppig. Ik hoop dat ik jou tijdig in mijn leven mag herkennen en erkennen. Zodat jij en alle andere slachtoffers misschien ooit in ons midden kunnen vertoeven, en wij niet langer “daders” hoeven te zijn. In een Bijbelse woordenschat die tot mijn achtergrond behoort, die mij helpt om een en ander uit te drukken, en die ook mijn rationele vermogens aanspreekt: Als “Abel” niet langer dood is, is “Kaïn” niet langer schuldig aan moord, en dan krijgt Kaïn nogmaals een kans om de relatie met Abel nieuw leven in te blazen… In die geschonken vrijheid wil ook ik in mijn leven verantwoordelijkheid opnemen voor de “Abel” in mijn midden, wetende dat dit met vallen en opstaan gebeurt door vergeving te krijgen en te geven, maar dat daarmee dat grote “Lichaam van Liefde” verder vorm krijgt…

Jammer genoeg is het verhaal van Tim, zoals geweten is, lang geen alleenstaand geval. In mei 2011 schreef ik reeds een reflectie over pesten (Laatste Oordeel), geholpen door de mimetische theorie van René Girard. Daarin wordt met name aan het zondebokmechanisme een centrale plaats toegekend. Dit kwam toen uit de bus – het verhaal van Tyler Long vertoont pijnlijke overeenkomsten met het verhaal van Tim Ribberink, spijtig genoeg… :

OVER OORDELEN EN LAATSTE OORDELEN BIJ DE DOOD VAN EEN MOEGETERGDE JONGEN (PDF)